Heeft u letselschade opgelopen?
GRATIS HULP BIJ LETSELSCHADE?
Rechtbank Arnhem OPS werkgever niet aansprakelijk
Rb: OPS? Werkgever niet aansprakelijk voor klachten woningstoffeerder
21 maart 2007.
|
Een werknemer stelt dat hij tijdens zijn werkzaamheden als woningstoffeerder in dienst van werkgever van 1978 tot 1999 langdurig is blootgesteld aan vluchtige oplosmiddelen. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade (CTE of OPS). De kantonrechter oordeelt op basis van een deskundigenbericht door een neuroloog en een neuropsycholoog dat niet is komen vast te staan dat de klachten te herleiden zijn tot een Chronische Toxische Encephalopathie en dat er een causaal verband zou bestaan tussen de klachten van en de werkzaamheden die hij indertijd in opdracht van de werkgever heeft uitgevoerd. De kantonrechter ziet geen aanleiding een derde deskundige te benoemen.
Volledige uitspraak:
Vonnis
62005002310691000
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton
Locatie Tiel
zaakgegevens 308438 \ CV EXPL 03-2445 \ 51 / SD
Vonnis
in de zaak van
S.J.G. (benadeelde)
wonende te Beneden-Leeuwen
eisende partij
gemachtigde mr. M.J.M. Postma
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Vries Interieurs B.V.
gevestigd te Beneden-Leeuwen gedaagde partij
gemachtigde M.G. Tempelman
1. De procedure
1.1 Bij tussenvonnis d.d. 21 december 2005 heeft de kantonrechter op voordracht van beide partijen twee deskundigen benoemd met het verzoek aan de beide deskundigen de door beide partijen gestelde vragen te beantwoorden.
1.2 Nadat beide partijen ieder de helft van een later bepaald voorschot hadden betaald hebben de deskundigen een aanvang gemaakt met hun werkzaamheden. De deskundige dr. W.I. M. Verhagen, neuroloog, verbonden aan het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis te Nijmegen heeft zijn rapport op 24 oktober 2006 ter griffie gedeponeerd. De tweede deskundige mevrouw drs. M.A.O. de Bijl, klinisch neuropsycholoog - klinisch psycholoog eveneens verbonden aan het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis te Nijmegen heeft haar rapport op 11 december 2006 ter griffie gedeponeerd.
1.3 Beide partijen hebben een conclusie na deskundigenbericht genomen.
1.4 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.
2
2. Het geschil en de beoordeling daarvan.
2.1 Verwezen wordt naar hetgeen bij de eerder gewezen tussenvonnissen is overwogen en beslist.
2.2 (benadeelde) heeft aan zijn vorderingen als omschreven in de inleidende dagvaarding ten grondslag gelegd de stelling dat zijn lichamelijke en cognitieve klachten en veranderingen in zijn gedrag een gevolg zijn van een Chronische Toxische Encephalopathie (CTE) vanwege langdurige blootstelling aan vluchtige oplosmiddelen tijdens zijn werk als woningstoffeerder bij De Vries Interieurs BV. (benadeelde) houdt zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de dientengevolge geleden schade, zowel materieel als immaterieel.
2.3 De Vries Interieurs BV heeft de vorderingen van (benadeelde) en de grondslag daarvan op alle onderdelen gemotiveerd betwist. Ondermeer is betwist dat de klachten van (benadeelde) te herleiden zijn tot een Chronische Toxische Encephalopathie.
2.4 In overleg met partijen en hun gemachtigden heeft de kantonrechter besloten de deskundigen te benoemen - op voordracht van beide partijen - en heeft de kantonrechter vervolgens de vragen, opgesteld door beide partijen, aan de deskundigen ter beantwoording voorgelegd. Kortheidshalve wordt verwezen naar het tussenvonnis en de akten van partijen waarin deze vragen zijn opgenomen. Tot deskundigen zijn benoemd dr. W.I.M. Verhagen en drs. M.A.O. de Bijl, beiden verbonden aan het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis te Nijmegen.
2.5 Op basis van de beide rapporten komt de kantonrechter tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de klachten van (benadeelde) te herleiden zijn tot een Chronische Toxische Encephalopathie en dat er een causaal verband zou bestaan tussen de klachten van (benadeelde) en de werkzaamheden die hij indertijd in opdracht van De Vries Interieurs BV heeft uitgevoerd.
Dr. W.I.M. Verhagen merkt aan het slot van zijn rapport op:
" In de differentiaal diagnose kan gedacht worden aan het bestaan van een organisch psychosyndroom in casu een toxische encephalopathie maar ook aan een stemmingsstoornis met daarbij secundaire cognitieve problemen, terwijl ook een andere combinatie mogelijk is"
De tweede deskundige mevrouw drs. M.A.O. de Bijl merkt in haar rapport (pagina 12) op dat naar haar mening, gezien de eerder gegeven argumentatie, niet voldaan is aan alle criteria die passen bij de diagnose chronische toxische encephalopathie.
Kortheidshalve wordt verwezen naar de uitvoerige, gemotiveerde, rapportages van de beide deskundigen.
2.6 Er is voor de kantonrechter geen aanleiding nog een derde deskundige te benoemen,
zoals is bepleit door de gemachtigde van (benadeelde). De beide, door de kantonrechter
benoemde, deskundigen zijn indertijd door beide partijen voorgedragen. Beide partijen
hebben de gelegenheid gehad alle vragen, die in hun visie relevant zijn, aan de
deskundigen te stellen. Ook voor het overige voldoen de onderzoeken aan de in deze te
stellen criteria. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het
conceptrapportage van de deskundigen.
2.7 Gelet op het bovenstaande blijkt er geen grondslag aanwezig te zijn voor de vorderingen van (benadeelde) en moeten de vorderingen om die reden afgewezen worden.
2.8 (benadeelde) wordt als de in het ongelijk gestelde procespartij veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder de kosten van de beide deskundigen tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Vries Interieurs BV begroot op € 5.661,25 ( de helft van de kosten van de deskundigen en salaris gemachtigde).
3. De beslissing
De kantonrechter,
3.1 wijst de vorderingen van (benadeelde) af;
3.2 veroordeelt (benadeelde) tot betaling van de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Vries Interieurs BV begroot op € 5.661,25, waaronder de helft van de kosten van de deskundigen ad € 2861,25 en het salaris gemachtigde ad € 2.800,--
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2007.
_______________________________________________________________________
Vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton Locatie Tiel
zaakgegevens 308438 \ CV EXPL 03-2445 \ 55 MK
uitspraak van 21 december 2005
Vonnis
in de zaak van
(benadeelde)
wonende te (woonplaats) eisende partij
gemachtigde Mr. M.J.M. Postma (postbus 85398, 3508 AJ Utrecht)
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Vries Interieurs B.V. gevestigd te Beneden-Leeuwen gedaagde partij
gemachtigde M.G. Tempelman
Partijen worden hierna (benadeelde) en De Vries genoemd.
1. De procedure
1.1. Bij tussenvonnis d.d. 22 juni 2005 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald. Tijdens deze comparitie hebben partijen afgesproken dat zij met een gezamenlijke voordracht zullen komen van de door de kantonrechter te benoemen deskundigen en ook de vragen te zullen opgeven die aan deze deskundigen moeten worden gesteld.
1.2. Zowel (benadeelde) als De Vries hebben akten genomen, waarin zij de deskundigen hebben voorgedragen en waarin zij de aan hen te stellen vragen hebben opgenomen. De beide akten sluiten volledig op elkaar aan.
1.3. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.
2. Het geschil en de beoordeling daarvan
2.1. (benadeelde) vordert dat de kantonrechter De Vries bij vonnis, uitvoerbaar bij
voorraad, zal veroordelen tot betaling van:
a. een bedrag van € 145.641,45 aan vergoeding van de schade wegens
verlies van arbeidsvermogen en zelfwerkzaamheid;
b. een bedrag van € 340,34 aan vergoeding van de extra reiskosten ad €
340,34;
c. een bedrag van € 1.500,00 aan vergoeding voor de extra stookkosten;
d. een bedrag van € 7.336,74 aan vergoeding van de kosten van
buitengerechtelijke rechtshulp;
e. een bedrag van € 34.033352 aan vergoeding van de immateriële schade;
f. de wettelijke rente over de sub a tot met e gevorderde bedragen, vanaf
respectievelijk 1 januari 1990 over de bedragen sub b, c en e, vanaf 21
juni 2002 over het bedrag sub d en vanaf 1 juli 2002 over het bedrag sub a, een en ander tot aan de dag der algehele voldoening;
g. de kosten van het geding.
(benadeelde) heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat hij van 25 september 1978 tot 1 september 1999 bij De Vries in loondienst is geweest en in dienst voortdurend en zeer langdurig is blootgesteld aan een aanmerkelijke concentratie van voor de gezondheid schadelijke organische oplosmiddelen dientengevolge thans lijdt aan het psychosyndroom. (benadeelde) stelt dat De Vries aansprakelijk is voor de door hem geleden schade en te lijden schade.
2.2. De Vries betwist de vorderingen en de grondslag daarvan. De Vries betwist in de eerste plaats dat (benadeelde) aan het eerdergenoemde syndroom lijdt.
2.3. Partijen zijn met een gezamenlijke voordracht gekomen van de door de kantonrechter te benoemen deskundigen en hebben de vragen opgegeven die aan deze deskundigen moeten worden gesteld. De inhoud van de akten wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
2.2. De kantonrechter zal als deskundigen benoemen:
dr. W.I.M. Verhagen, neuroloog verbonden aan het Canisius Wilhelmina-ziekenhuis te Nijmegen (postbus 9015, 6500 GS Nijmegen) en
drs. M.A.O. Bijl, klinisch neuropsycholoog verbonden aan het Canisius Wilhemina-ziekenhuis te Nijmegen (postbus 9015, 6500 GS Nijmegen).
Aan deze deskundigen zullen de vragen, die zijn neergelegd in de aan dit vonnis gehechte akten, ter beantwoording worden voorgelegd.
2.3. De deskundigen zal worden gevraagd een begroting te maken van de
onderzoekskosten (inclusief btw, indien van toepassing).
2.4. Partijen zijn overeengekomen dat zij ieder de helft van het nader te bepalen voorschot zullen betalen.
2.5. Nadat de deskundigen een begroting hebben gemaakt van hun kosten, zal aan (benadeelde) en De Vries een termijn worden gegeven om het nader te bepalen voorschot in depot te storten.
2.6. De deskundigen dienen hun werkzaamheden eerst aan te vangen nadat zij van de griffier bericht hebben ontvangen dat door (benadeelde) en De Vries het nader te bepalen voorschot is gedeponeerd.
2.7. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van woensdag 1 februari 2006 voor akte aan zijde van de deskundigen (overleggen begroting onderzoekskosten).
2.8. Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter, alvorens nader te beslissen:
3.1. benoemt tot deskundigen:
dr. W.I.M. Verhagen, neuroloog verbonden aan het Canisius Wilholmina ziekenhuis te Nijmegen (postbus 9015, 6500 GS Nijmegen) en
drs. M.A.O. Bijl, klinisch neuropsycholoog verbonden aan het Canisius Wilhemina-ziekenhuis te Nijmegen (postbus 9015, 6500 GS Nijmegen);
3.2. verzoekt de deskundigen een begroting te maken van hun kosten (inclusief btw, indien van toepassing);
3.3. bepaalt dat de deskundigen werkzaamheden eerst aanvangen nadat zij van de griffier bericht hebben ontvangen dat door (benadeelde) en De Vries het nader te bepalen voorschot is gedeponeerd;
3.4. verwijst deze zaak naar de rolzitting van woensdag 1 februari 2006 voor akte aan de zijde van de deskundigen (begroting van onderzoekskosten);
3.5. houdt voor het overige iedere uitspraak aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2005.